Of het nu spinnen, hoogtes, of kleine ruimtes zijn, bijna iedereen heeft wel een irreële angst. In het Britse A Fantastic Fear of Everything staat Jack (Simon Pegg) centraal, een ex-kinderboekenschrijver die besluit horrorverhalen over 18e eeuwse seriemoordenaars te onderzoeken. Wie het werk van Simon Pegg kent weet al ongeveer wat je kunt verwachten, ook hier speelt hij een onhandig nerveus typetje. Toch wijkt deze zwarte comedy af van zijn soortgenoten door aparte montage en spanningsopbouw. Wellicht heeft het er mee te maken dat de regisseurs enkel deze film op hun naam hebben staan. Soms eindigt dat in een amateurfilm, maar in dit geval is het een uniek stukje cinema geworden.
Jack wordt door zijn agent gestimuleerd om zich te verdiepen in seriemoordenaars voor zijn volgend boek. Dit heeft er echter voor gezorgd dat hij compleet paranoia is geworden en nauwelijks zijn huis meer uit durft. Zijn psychiater loost hem door een genezingsproces heen waarbij Jack de oorzaak voor zijn waanzin en irreële angst voor wasmachines moet vinden. Dit loopt natuurlijk niet van een leien dakje.
Met creatieve cameravoering, nabewerking en zelfs animatie krijg je als kijker goed mee hoe Jack handelt vanuit zijn paranoia en wat zijn gedachtegang is. Helaas neigt de film in de tweede helft meer naar het standaard Hollywood verhaal met moralen en een love interest. Toch weet de film je nog te verassen naarmate het einde nadert, hoewel het eerste deel duidelijk sterker is. Dit is vooral te danken aan het acteerwerk van Pegg wat in de eerste helft meer naar voren komt. Uiteindelijk is het een gevalletje love it or hate it, waarbij de liefhebbers van cult- en indiefilm een streepje voor hebben. Geen gezellig filmpje voor met je vrienden of familie dus, maar zeker leuk als afwisseling van het Hollywoodgeweld.